Verhoging pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar per 1 januari 2018 definitief

De AOW-gerechtigde leeftijd gaat per 1 januari 2022 omhoog van 67 jaar naar 67 jaar en drie maanden. De pensioenrichtleeftijd gaat per 1 januari 2018 omhoog van 67 naar 68 jaar. In de meeste gevallen vraagt de verhoging van de pensioenrichtleeftijd wederom actie van de werkgever op het pensioendossier.

De verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd vloeit voort uit een stijging van de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse bevolking. In oktober 2016 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek de meest recente cijfers hierover gepubliceerd. Naar aanleiding hiervan kondigde de regering eind oktober al aan dat de AOW- en pensioenrichtleeftijd verder verhoogd wordt.

Gevolgen voor werkgevers
Een wijziging in de fiscale wet- en regelgeving, zoals de verhoging van de pensioenrichtleeftijd, werkt in beginsel niet dwingend door in de pensioenafspraken tussen werkgevers en werknemers. Om de pensioenleeftijd in uw pensioenregeling te verhogen heeft de werkgever instemming nodig van uw werknemers en/of de ondernemingsraad/werknemersvertegenwoordiging. Dit betekent dat werkgevers in overleg met werknemers moet treden over de pensioenregeling. Voorgaande is niet van toepassing indien in is vastgelegd dat de pensioenleeftijd meebeweegt met de pensioenrichtleeftijd overeenkomstig de fiscale wetgeving.

De verhoging van de pensioenleeftijd heeft voor werkgevers meer gevolgen. Zo zal dit impact hebben op de hoogte van de pensioenpremies en de loonkosten. Voor beschikbare premieregelingen zal de fiscaal maximale premiestaffel dalen. Daarnaast worden werkgevers geconfronteerd met werknemers die langer willen doorwerken, zeker nu de fiscale ruimte voor pensioen inhaal over het verleden verder wordt beperkt door de verhoging van de pensioenrichtleeftijd. Wat betekent dit voor werkgevers voor het totale personeelsbestand en hoe zorgen werkgevers ervoor dat werknemers vitaal blijven tot de pensioendatum? Strategische personeelsplanning wordt dan ook steeds belangrijker.

De verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd kan ook van invloed zijn op de hoogte van een beëindigingsvergoeding die u op basis van de zogenoemde kwantitatieve toets kunt toekennen aan (oudere) werknemers zonder dat sprake is van een Regeling voor Vervroegde Uittreding waarop 52% eindheffing van toepassing is.

Gevolgen voor pensioenuitvoerders
Pensioenuitvoerders dienen de verhoging van de pensioenrichtleeftijd te verwerken in hun administratieve systemen. Dit betekent niet alleen dat bij de toekomstige pensioenopbouw rekening moet worden gehouden met de hogere pensioenrichtleeftijd, maar ook een keuze gemaakt moet worden ten aanzien van de reeds opgebouwde pensioenen. Worden deze actuarieel omgezet naar de nieuwe pensioenrichtleeftijd van 68 jaar of wordt er een administratieve knip aangebracht waardoor per deelnemer pensioenpotten met verschillende pensioenleeftijden worden aangehouden?

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd is van invloed op de premiestelling van pensioenuitvoerders. En in de communicatie naar de deelnemers moet uiteraard ook rekening worden gehouden met de verhoogde pensioenrichtleeftijd.

Gevolgen voor werknemers
Verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd kan het ‘pensioengat’ als gevolg van het verschil tussen de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenleeftijd vergroten. Naar huidig recht ontstaat een ‘pensioengat’ van maximaal 15  maanden (AOW-ingang in 2017 op 65 jaar en 9 maanden, pensioenrichtleeftijd 67 jaar). Met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 wordt het ‘pensioengat’ vergroot naar maximaal 24 maanden (AOW-ingang in 2018 op 66 jaar, pensioenrichtleeftijd 68 jaar).

Aanpassing door de werkgever van de in de arbeidsovereenkomst opgenomen ontslagdatum óf het door de werknemer vervroegen van de pensioeningangsdatum van de pensioenregeling zijn mogelijke oplossingen om het ‘pensioengat’ te verkleinen.

Contact
Indien u meer wilt weten over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenrichtleeftijd neem dan contact op met ons op (tel. 0513 – 62 42 61) of met Ben Kolle  (0611001035)

Bron: Besluit van 21 december 2016 tot wijziging van enige wetten en uitvoeringsbesluiten op het gebied van belastingen.